Aan de opleiding tot verkeers- of militairvlieger gaat een uitermate grondige selectie vooraf omdat het een beroep is met grote verantwoordelijkheden.

De eerste hobbel die daarbij genomen moet worden, is een ‘theoretische’. Alle opleiders eisen een afgeronde havo- of vwo-opleiding. De vakken wiskunde, natuurkunde en Engels zijn daarbij essentieel.

De profielen natuur & techniek en/of natuur & gezondheid voldoen aan deze criteria. (ook met een afgeronde hbo-opleiding met overeenkomende vakkenpakketten kun je worden toegelaten). Leeftijd is hier minder belangrijk omdat de grenzen tussen 17 en 28-30 jaar liggen.

Tests

Heb je deze eerste hobbel genomen, dan volgt een tweede. Om te kunnen inschatten of je wel het juiste beroep gaat kiezen, word je aan een reeks tests onderworpen. Het gaat hier om een psychologisch en sensomotorisch onderzoek, een vliegmedische keuring en een test waarbij in een vluchtsimulator gekeken wordt of je wel vliegaanleg hebt.

De uitkomsten van deze tests bepalen uiteindelijk of je geschikt bent om te leren vliegen. En of je in staat bent aan de eisen van je latere werkgever te voldoen. De selectiefase wordt afgesloten met een evaluatiegesprek waarin de bevindingen met je worden doorgesproken. En dat kan heel confronterend zijn bij gebleken ongeschiktheid.

Vergelijken!

Het is altijd verstandig je vooraf uitvoerig te informeren hoe een bepaalde opleiding in elkaar steekt. Want er bestaan duidelijke verschillen. Die verschillen hebben niets met de lesstof te maken. Door Europese (en ook Amerikaanse) regels moeten alle opleidingen aan het eind hetzelfde niveau ‘afleveren’.

De verschillen worden echter wel duidelijk als je naar de manier kijkt waarop het een en ander binnen de opleidingen wordt aangeboden. De ene opleider werkt met modules, de ander biedt de leerstof geïntegreerd aan. Bij weer een derde doe je eerst alle theorie (met bijbehorende examens) voordat je leert vliegen. Bij een vierde wordt theorie direct gevolgd door vliegpraktijk, gevolgd door opnieuw theorie.

Ook bestaan er verschillen in opleidingsduur, de plaats(en) waar de opleiding gegeven wordt, de opleidingskosten, de financieringsmogelijkheden en eventuele garantiefondsen (voor als het fout gaat).

Approved Training Organisations (ATO’S) in Nederland

Approved Training Organisations (ATO’S) in België

Opleiders JAA JAR-FCL Erkende FTO’s in België